Meet de mees
Sinds september 2024 loopt het onderzoeksproject Meet de Mees, een landelijk onderzoek naar bestrijdingsmiddelen in onze leefomgeving. Het is een project van een consortium van partners, geleid door Hogeschool Leiden en gefinancierd door Regieorgaan SIA (NWO). Voor dit project zamelen we dode jonge koolmezen in voor onderzoek. Dankzij duizenden burgerwetenschappers hebben we inmiddels een zeer succesvolle inzamelronde achter de rug. Er zijn bijna 3.500 monsters verzameld en opgeslagen in onze biobank. Vogelklas Karel Schot en Vogelasiel Regio Leiden hebben hierbij geholpen. Uit deze eerste verzamelronde bleek dat vooral het materiaal van vogelopvangcentra heel waardevol is. Daarom willen we nu graag vervolgonderzoek doen om meer monster te verzamelen via vogelopvangcentra in heel Nederland.
Waarom koolmezen?
De koolmees komt overal voor: in steden, dorpen, landbouwgebieden en natuur. Tijdens het broedseizoen verzamelen oudervogels voedsel (vooral rupsen) en nestmateriaal in hun directe omgeving. Als daar bestrijdingsmiddelen aanwezig zijn, kunnen die via voedsel en omgeving in de eieren en jonge vogels terechtkomen.
Door niet-uitgekomen eieren en overleden jonge koolmezen te onderzoeken, kunnen we meten welke bestrijdingsmiddelen aanwezig zijn. Zo brengen we de verspreiding van deze stoffen in Nederland beter in kaart. Belangrijk om te noemen is dat we géén onderzoek doen naar doodsoorzaken van individuele vogels. Het gaat uitsluitend om het meten van aanwezige stoffen, zodat we hun verspreiding op landelijk niveau in kaart kunnen brengen.
Wat vragen we van vogelopvangcentra?
In opvangcentra worden regelmatig jonge koolmezen binnengebracht die het helaas niet redden. Dit materiaal wordt nu meestal afgevoerd, maar daarmee gaat belangrijke informatie verloren. Wij kunnen onze biobank ermee uitbreiden me de dode mezen die u binnenkrijgt en daarmee een steeds beter beeld krijgen van de verspreiding van bestrijdingsmiddelen in Nederland. Wij vragen opvangcentra dus om overleden jonge koolmezen aan ons te doneren voor onderzoek.
Wat gebeurt er met de vogels?
In het laboratorium van Hogeschool Leiden worden de monsters geregistreerd, opgeslagen en geanalyseerd met geavanceerde meetapparatuur (LC-MS). Daarmee kunnen we zeer kleine hoeveelheden chemische stoffen opsporen. De resultaten worden later onder andere vergeleken met bestaande gegevens, zoals de Bestrijdingsmiddelenatlas. De eerste onderzoeksresultaten worden verwacht in het najaar van 2026.
Waarom meedoen?
Het is altijd triest als een vogel het niet redt. Op deze manier kan hij nog groot nut hebben voor ons onderzoek, waarmee we bijdragen aan meer inzicht in de gezondheid van de leefomgeving van vogel en mens.
Met uw hulp bouwen we verder aan een landelijke biomonitoring via de koolmees. Zo dragen vogelopvangcentra concreet bij aan kennis over biodiversiteit, leefomgeving en gezondheid.
Meet de Mees wordt uitgevoerd door het Leiden Centre for Applied Bioscience van Hogeschool Leiden, samen met partners zoals Vogelbescherming Nederland, Sovon, Vogelklas Karel Schot en NIOO-KNAW.
Wilt u als opvangcentrum bijdragen of meer informatie ontvangen? Meld u dan aan via deze link: https://forms.office.com/e/BiTafSdDsv.
Wij zorgen voor:
- duidelijke en eenvoudige instructies;
- registratie en codering zonder herleidbare persoonsgegevens;
- veilige opslag in onze biobank bij -80°C
- zorgvuldig transport naar ons laboratorium in Leiden.
Heeft u vragen? Stuur dan een mail naar [email protected].
Peter Lindenburg, Hogeschool Leiden
André De Baerdemaeker, Vogelklas Karel Schot
